Gedenk en verwacht

Gedenk en verwacht
Neem Alexander Fleming, de ontdekker van penicilline. Had hij niet per ongeluk het raam open laten staan in zijn laboratorium, dan is het nog maar de vraag wanneer wij ooit de beschikking hadden gekregen over dat wondermiddel. Toen hij na een korte vakantie terugkwam in zijn laboratorium, waar hij onderzoek deed naar bacteriën, zag hij dat een afdekglas van een van de kweekschaaltjes was weggleden en dat een schimmel was gegroeid die de bacteriën opat. Wat een toeval! Wat een ontdekking! Wat een geluk voor de mensheid! Toekomst ligt altijd open. Ten goede en ten kwade (helaas). We kunnen de toekomst niet vastleggen, maar we kunnen wel zaden zaaien, bomen planten, vertrouwen schenken. Hoop aan de toekomst geven!

Zondag is de laatste zondag van het kerkelijk jaar. Dan gedenken wij de gemeenteleden die het voorbije (kerkelijk) jaar zijn gestorven. In de dienst noemen wij hun namen en steken een kaars voor hen aan. Want ook al zijn zij gestorven, wij voelen ons met hen verbonden, in geloof en in herinnering. We staan met de hele gemeente om de nabestaanden heen en delen hun verdriet. Verdriet, maar niet zonder hoop. Hierbij is de blik gericht op dat wat het eindige bestaan van de mens en al zijn verdriet overstijgt: het visioen van een goede, eeuwige toekomst - het koninkrijk van God.

Zijn woord wil deze wereld omgekeerd:
dat lachen zullen zij die wenen
dat wonen zal wie hier geen woonplaats heeft
dat dorst en honger zijn verdreven
de onvruchtbare zal vruchtbaar zijn
die geen vader was zal vader zijn
mensen zullen andere mensen zijn
de bierkaai wordt een stad van vrede

Wie denken durft dat deze droom het houdt
een vlam die kwijnt maar niet zal doven
wie zich aan deze dwaasheid toevertrouwt
al komt de onderste steen boven:
die zal kreunen onder zorgen
die zal vechten in ’t verborgen
die zal waken tot de morgen dauwt
hij zal zijn ogen niet geloven.

Ds. Jelle Vonk (Reageren? Graag: jjvonk@hetnet.nl)
 
terug